Opdracht 3 Is water altijd vloeibaar?




Water komt in verschillende toestanden (fasen) voor:

- vast, als sneeuw en ijs

- vloeibaar, als water

- gasvormig, als waterdamp

 

Water zie je het vaakst als vloeistof.

In lucht zit ook water.

Het water in de lucht is waterdamp.

Waterdamp is een gas. Waterdamp kun je niet zien.

 

Om te bewijzen dat er water in lucht zit hoef je alleen maar je adem op een koude ruit

te blazen: de ruit beslaat.

De waterdamp (gas) verandert dus in water (vloeibaar).

Als je even wacht is de ruit niet meer beslagen: het water op de ruit is verdampt.

 

Wolken en mist kun je wel zien.

Wolken bestaan niet uit waterdamp, maar uit waterdruppeltjes.

Als het erg koud is, bevriezen de waterdruppeltjes.

De bevroren druppeltjes vallen als hagel of sneeuw naar beneden.

In hagel en sneeuw is water een vaste stof.

 

In het schema zie je hoe het heet als het water van de ene toestand over gaat in

een andere toestand.

Bekijk de afbeelding goed.

De overgangen van fasen die je voor de waterkringloop moet kennen, zijn:

condenseren en verdampen.

 


Begrippenlijst:


Verdampen: als water van vloeibare toestand overgaat in een gasvormige toestand

Condenseren: als water in gasvormige toestand overgaat in vloeibare toestand.

Wolken: een verzameling waterdruppeltjes en/of ijskristalletjes